Ontbijten in Saint-Tropez, lunchen voor de kust van Monaco en op tijd in Portofino aankomen voor het diner. Dat zou de opmerkelijke wens zijn geweest waarmee de oorspronkelijke eigenaar opdracht gaf voor de bouw van Thunder.
Het jacht wordt doorgaans in verband gebracht met de Griekse scheepvaartmagnaat Theodore Angelopoulos. Om zijn ambitieuze vaarplan mogelijk te maken, moest Thunder niet alleen luxueus worden, maar vooral uitzonderlijk snel.
Een superjacht gebouwd voor snelheid
Thunder werd gebouwd door de Australische werf Oceanfast en in 1998 opgeleverd. Het jacht is 49,8 meter lang en werd ontworpen door Jon Bannenberg. Scheepsarchitect Phil Curran was verantwoordelijk voor de technische vormgeving.
Bij de bouw werd gekozen voor een lichte constructie van vezelversterkt composiet. Verschillende publicaties spreken over het gebruik van koolstofvezel en kevlar, maar de beschikbare technische documentatie omschrijft Thunder breder als een volledig uit composiet-FRP opgebouwd jacht.
Die lichte bouwwijze was noodzakelijk om een bijna vijftig meter lang superjacht snel genoeg te maken voor het oorspronkelijke vaarplan. Toch mocht de nadruk op snelheid niet ten koste gaan van de rust en luxe aan boord.
Dieselmotoren met extra gasturbine
Voor de normale aandrijving kreeg Thunder twee MTU-dieselmotoren. Wanneer er meer snelheid nodig was, kon daarnaast een centraal geplaatste Allied Signal-gasturbine worden ingeschakeld.
De twee diesels en de gasturbine leveren gezamenlijk ongeveer 10.500 pk. Het vermogen wordt via drie KaMeWa-waterjets naar het water overgebracht. Daarmee was Thunder bij haar introductie een technisch bijzonder geavanceerd motorjacht.
De beoogde topsnelheid bedroeg 40 knopen, omgerekend ongeveer 74 kilometer per uur. Tijdens de oorspronkelijke proefvaarten ging Thunder zelfs nog iets sneller: het jacht bereikte toen 41,2 knopen. Met alleen de dieselmotoren lag de snelheid tussen de 22 en 25 knopen.
Techniek uit de militaire scheepvaart
De prestaties kwamen niet alleen voort uit het enorme motorvermogen. Thunder kreeg ook geavanceerde trim- en stuursystemen die waren gebaseerd op technieken uit de militaire scheepvaart.
Het stabilisatiesysteem moest het dek ook bij hoge snelheden en onrustig water zo vlak mogelijk houden. Volgens een voormalige kapitein was vergelijkbare techniek ontwikkeld om militaire schepen stabiel te houden bij het lanceren van raketten.
Ook het noodstuursysteem was ongebruikelijk. Door de drie waterjets razendsnel van richting te laten veranderen, kon Thunder in enkele seconden scherp naar bakboord of stuurboord uitwijken. Zulke technologie was eind jaren negentig bepaald niet vanzelfsprekend op een pleziervaartuig van deze omvang.
Zwembad met een tweede functie
Ondanks de nadruk op snelheid was er genoeg ruimte voor luxe. Op het voordek bevindt zich een zeven meter lang zwembad met een tegenstroomsysteem. Daarin kunnen gasten blijven zwemmen zonder daadwerkelijk vooruit te komen.
De vorm van de tender werd afgestemd op die van het zwembad, zodat de boot in deze ruimte kon worden opgeborgen. Thunder bood bij de oplevering plaats aan tien gasten, verdeeld over vijf hutten.
Het oorspronkelijke interieur was eveneens van de hand van Jon Bannenberg. In latere jaren werd het jacht meerdere keren aangepast. Daarbij maakte het relatief ingetogen interieur plaats voor een uitbundiger inrichting met glanzende houtsoorten, natuursteen, spiegels en andere opvallende materialen.
Nog altijd een uitzonderlijke verschijning
Bijna dertig jaar na de oplevering valt Thunder nog altijd op. Niet alleen door haar langgerekte vorm, maar vooral door de combinatie van twee dieselmotoren, een gasturbine en drie waterjets.
Over de prestaties na de verschillende refits lopen de vermeldingen uiteen. De officiële website van het jacht noemt nog altijd een topsnelheid van 40 knopen, terwijl sommige actuele jachtdatabases uitgaan van ongeveer 30 knopen. Vaststaat dat Thunder tijdens haar oorspronkelijke proefvaarten 41,2 knopen haalde.
De bijnaam ‘Concorde van de zee’ is daardoor niet helemaal uit de lucht gegrepen. Net als het supersonische passagiersvliegtuig werd Thunder gebouwd rond één kostbaar uitgangspunt: zo min mogelijk tijd verliezen tussen vertrek en bestemming.