Op het water

Hoe een survivaltrip naar een onbewoond Schots eiland uitliep op een fiasco door deze absurde vaartuigkeuze

Wildkamperen op een ruig eilandje midden in een Schots meer klinkt als de ultieme expeditie. Totdat je besluit om de lange oversteek in een felgekleurde waterfiets te maken.

Jesper Penninga
2 minuten
Hoe een survivaltrip naar een onbewoond Schots eiland uitliep op een fiasco door deze absurde vaartuigkeuze

Schotland is een walhalla voor avonturiers. Met zijn uitgestrekte Highlands, mysterieuze kastelen en diepe lochs trekt het gebied jaarlijks duizenden natuurliefhebbers aan voor de ultieme wildkampeer-ervaring. YouTubers Ethan en Jack van het kanaal All The Gear besloten dat ze de nacht wilden doorbrengen op een minuscuul onbewoond eilandje, ver weg van de beschaving, midden in het kolossale Loch Lomond. De locatie en de kampeeruitrusting waren perfect. Hun keuze qua maritiem transport bleek daarentegen de domste beslissing van het decennium.

In plaats van een robuuste kajak, een kano of een motorboot te huren, klopten de twee Britse vrienden aan bij een lokaal verhuurbedrijf met een ongebruikelijk verzoek: ze wilden een zware, plastic waterfiets huren voor 24 uur. Zelfs de verhuurder verklaarde de mannen voor gek. Loch Lomond is bijna 34 kilometer lang en ruim zes kilometer breed. Waarschuwingen dat ze al snel spijt zouden krijgen en het vriendelijke aanbod voor een eventueel 'reddings-sleepje' wimpelden ze heldhaftig af. Het duo doopte hun felgekleurde vaartuig tot de 'HMS Regret', een naam die al snel uiterst profetisch bleek.

Trappen tegen een muur van wind

Binnen vijf minuten na de heroïsche afvaart werd de pijnlijke realiteit van de waterfiets duidelijk. Waar een kajak soepel door het donkere Schotse water snijdt, heeft een vierpersoons waterfiets de stroomlijn en wendbaarheid van een natte dweil. "Ik voel mijn benen nu al niet meer," hijgde Jack, terwijl het kasteeleilandje in de verte simpelweg niet dichterbij leek te komen. Geteisterd door een snoeiharde Schotse tegenwind, kostte de oversteek van amper drie kilometer de mannen hun complete voorraad fysieke en mentale energie.

Voordat ze hun slaapplek bereikten, brachten ze nog een bezoek aan het nabijgelegen eiland Inchconnachan. Hier zocht Ethan, gewapend met een camera, wanhopig naar de lokale roedel wallaby’s (kleine kangoeroes) die in de jaren veertig door een excentrieke dame op het eiland waren gedumpt. In plaats van de zeldzame beestjes vond het duo echter vooral een massaal mierenkampement dat hun wandelschoenen compleet overnam.

Kamperen op leisteen en de wraak van de zee

Uiteindelijk bereikte de spartelende waterfiets zijn einddoel: Inchgalbraith. Het onbewoonde eilandje huisvest de overwoekerde ruïnes van een kasteel uit de zeventiende eeuw. De aanlegmanoeuvre was al even elegant als de tocht; de oever was bezaaid met losse, scherpe leistenen en brokstukken van de oude kasteelmuren, waardoor de mannen een nat pak moesten halen om het logge vaartuig veilig de rotsen op te trekken.

De kampeerervaring zelf bleek een meedogenloze Tetris-puzzel. Tussen de eeuwenoude rotsblokken, de stekelige hulststruiken en de stromende regen wisten ze ternauwernood twee kleine tentjes open te klappen. Toch vergoedden het waanzinnige uitzicht en het feit dat ze de donkere, onbewoonde nacht overleefden een hoop van het afzien.

De echte straf volgde echter de volgende ochtend. Toen de compleet geradbraakte mannen met natte voeten terug in hun drijvende plastic martelwerktuig klommen voor de terugweg, wees de natuur hen nog even hardhandig op hun plek. De windrichting, waar ze de dag ervoor vol tegenin hadden moeten trappen, was in de nacht precies 180 graden gedraaid. De heren konden nogmaals twee tergend lange, loodzware mijlen vol in de tegenwind terug naar de bewoonde wereld ploeteren.