Autonoom rijden vormt op het vasteland al jaren een gigantische uitdaging, maar wie de technologie verplaatst naar de onpeilbare en donkere diepten van de oceaan, stuit op een totaal nieuw en extreem niveau van complexiteit. Toch woedt er momenteel een ongekende maritieme wapenwedloop rondom autonome duikrobots. De Canadese fabrikant Cellula Robotics heeft zojuist een verpletterend en succesvol technologisch record genoteerd in die uiterst competitieve markt.
Hun autonome onderwatervoertuig, de ruim acht meter lange Envoy, bleef onlangs 385 uur lang onafgebroken onder de waterspiegel en legde daarbij succesvol meer dan 2.000 kilometer af. Dit immense uithoudingsvermogen dankt de zware machine niet aan een absurd groot batterijpakket, maar uitsluitend aan een geavanceerde brandstofcel op waterstof. De indrukwekkende missie toont onomstotelijk aan dat accutechnologie weliswaar geschikt is voor personenauto's op de weg, maar in de ruwe maritieme sector definitief het onderspit moet delven tegen vloeibaar gas.
De superieure dichtheid van waterstof
De technische verklaring voor dit succes is feitelijk uiterst simpel en direct te herleiden naar de gravimetrische energiedichtheid. Eén kilo waterstof bevat volgens de standaardwaarden maar liefst 33 kWh aan chemische energie. Een vergelijkbare kilo aan hypermoderne lithium ion cellen komt niet veel verder dan een magere 0,2 kWh. Zelfs als je de rendementsverliezen van een complexe brandstofcel meerekent, transporteert een waterstoftank per strekkende meter onverslaanbaar veel meer energie dan een batterij.
Voor militaire operaties of maritieme inspecties is dat verschil absoluut cruciaal. Apparaten zoals de Envoy en het in Duitsland ontwikkelde Greyshark Foxtrot systeem worden massaal ingekocht door defensiebedrijven en energieconglomeraten om vitale onderzeese pijpleidingen en kwetsbare datakabels te beveiligen. Voor dergelijke onopvallende patrouilles, die vaak meerdere weken in beslag nemen, is de klassieke accu simpelweg veel te zwaar en inferieur.
Het probleem van de beademing
Toch kent het varen op waterstof een stevig en berucht ontwerpprobleem. Een brandstofcel functioneert louter en alleen als er naast waterstof ook zuurstof aanwezig is. Boven water zuigt een auto de benodigde lucht simpelweg op via een inlaat in de grille. Onder water vervalt die gratis beademing volledig, waardoor een conventionele duikboot gedwongen wordt om zuurstof op te slaan in loodzware en dikwandige hogedruktanks. Het immense gewicht van deze specifieke cilinders doet het gewichtsvoordeel van waterstof bij kleinere vaartuigen direct weer pijnlijk teniet.
Duitse wetenschappers van het Helmholtz Centrum in Geesthacht hebben inmiddels echter een revolutionaire oplossing voor deze dodelijke achilleshiel gepubliceerd. Zij hebben een functionerend concept gepresenteerd dat de mechanische zuurstoftanks volledig overbodig maakt, door de integratie van zogenoemde kunstmatige kieuwen. Een speciaal ontworpen polymeermembraan onttrekt tijdens de duikvlucht simpelweg zuurstof direct uit het omringende zeewater en voert dit rechtstreeks de hongerige brandstofcel in. Als deze organische ademhalingstechniek definitief de ontwerpfase ontgroeit en opgeschaald kan worden, staat niets de snelle productie van onzichtbare en kleine waterstofduikboten meer in de weg.