De vervuiling van onze oceanen reikt veel verder dan het plastic dat aan de oppervlakte drijft. Het overgrote deel van het afval zinkt naar de bodem en blijft daar decennialang onzichtbaar wegrotten.
Het handmatig verwijderen van dit vuil is een enorme logistieke en financiële uitdaging. Het vereist dure ondersteuningsschepen en is extreem risicovol voor professionele duikers, die in donker en troebel water moeten oppassen voor decompressieziekte of scherpe obstakels.
Om dit probleem op grote schaal aan te pakken, financiert de Europese Unie het veelbelovende SeaClear2.0 project. Dit technologische hoogstandje gebruikt een gecoördineerd netwerk van onbemande robots om de zeebodem veilig en efficiënt schoon te maken.
Een geavanceerd samenspel boven en onder water
In tegenstelling tot eerdere initiatieven werkt het SeaClear-systeem tegelijkertijd in de lucht, op het wateroppervlak en in de diepte. Het proces begint hoog in de lucht met krachtige drones die het wateroppervlak scannen om afvalhotspots in kaart te brengen.
Al deze data wordt direct doorgestuurd naar een onbemand moederschip dat op satellietnavigatie vaart. Vanaf dit drijvende commandocentrum worden de onderwaterrobots te water gelaten.
Een kleine verkenningsrobot zoekt de bodem af en maakt gebruik van kunstmatige intelligentie om afval feilloos te onderscheiden van rotsen, koraal of vissen. Zodra een doelwit is bevestigd, daalt een tweede robot af met een speciaal ontworpen grijper om de rommel op te pakken en in de verzamelbak van het moederschip te deponeren.
Van plastic flessen naar zware autobanden
Waar de eerste versie van dit project zich nog richtte op relatief licht afval zoals plastic flessen, pakt SeaClear2.0 het een stuk serieuzer aan. Het vernieuwde systeem is in staat om zware objecten met een gewicht tot 250 kilogram naar de oppervlakte te tillen.
Hierdoor kunnen industriële autobanden, roestige scheepsonderdelen en zelfs gedumpte wasmachines definitief van de zeebodem worden verwijderd. Het uitsluiten van menselijke duikers maakt het hele proces niet alleen vele malen veiliger, maar drukt de operationele kosten ook nog eens met maar liefst zeventig procent.
Daarnaast is het systeem door de geavanceerde sensoren ook in staat om onontplofte historische munitie veilig te identificeren. Na succesvolle zware tests in de stroming van Hamburg en de wateren rond Marseille, wordt het systeem momenteel klaargestoomd om tegen eind 2026 volledig operationeel te zijn.