Terwijl lokale politici ruziën over verloren inkomsten, ziet de échte liefhebber een gouden kans. Het verbod op cruiseschepen in Amsterdam is geen verlies; het is de meest significante kwaliteitsimpuls voor de stad in decennia. Amsterdam maakt de vaarweg vrij voor de klasse die er echt toe doet: die van de superjachten.
Een strategische keuze, geen verlies
Natuurlijk, het verdwijnen van de terminal kost de stad op papier geld. Maar de discussie is breder dan een simpele rekensom. De stad stelt een fundamentele vraag: welk type bezoeker willen we? De dagjes-cruisetoerist die in een polonaise de Kalverstraat afstruint, of de eigenaar van een Feadship die anoniem dineert bij een sterrenrestaurant?
De keuze om de Passenger Terminal Amsterdam (PTA) te sluiten, is een keuze voor kwaliteit boven kwantiteit. Het is een signaal dat de stad de overlast van massatoerisme zat is en liever investeert in een exclusievere doelgroep. Een doelgroep die niet in een bus stapt voor een 'Highlights of Amsterdam'-tour, maar wordt opgehaald door een privé-limousine.
De superjacht-economie
Het argument dat de stad miljoenen misloopt, is kortzichtig. Wat een superjacht-eigenaar met zijn gasten uitgeeft in één avond bij Gassan Diamonds of in de P.C. Hooftstraat, daar moeten honderden cruisepassagiers een week lang friet voor eten.
Het vertrek van de varende flatgebouwen die de skyline blokkeren, opent letterlijk en figuurlijk de deur. Het biedt ruimte. Ruimte voor meer ligplaatsen voor superjachten, ruimte voor een exclusievere beleving van de stad vanaf het water, en ruimte voor de broodnodige brug over het IJ.
Amsterdam is niet de eerste stad die deze keuze maakt. Wereldwijd zie je dat iconische bestemmingen de logge cruiseschepen weren om hun authenticiteit en luxe-uitstraling te beschermen. Amsterdam voegt zich nu in dat rijtje. Een slimme zet.
Is dit de genadeklap voor het massatoerisme en de ultieme overwinning voor de individuele, high-end watersporter?
- Adobe Stock