Terugblik: Pieter Heerema in Vendée Globe

Waarom wilde u dit ook al weer doen?

Ik weet het niet precies, nog steeds niet. Het bestaat uit kleine dingen. Ik ben lifelong sailor. Of ik nou hier op de Kaag zit te knoeien, of in de Zuidelijke Oceaan – ik vind het allemaal prachtig. Als ik iets doe, wil ik altijd kijken hoe ver ik kan gaan. Hoe dicht kan ik bij het uiterste komen? De Vendée volgde ik al zeker zestien jaar. De sfeer, het enthousiasme, de aanmoedigingen, de gekte bij vertrek en aankomst. Het zijn allemaal kleine stukjes. Maar het belangrijkste is wel: in de zeilwereld is de Vendée Globe het allerhoogste. Als je díe gedaan hebt, hoeft niemand je meer wat te vertellen.

Was het voor u ook echt een wedstrijd?

Nee. Ik ben weliswaar een goede wedstrijdzeiler, maar dit was heel iets anders. Ik had nog nooit solo gevaren, laat staan op een 60-voets foiler met meer dan 600 vierkante meter zeil. Als ik van tevoren had kunnen tekenen voor finishen, ongeacht welke positie, had ik dat zeker gedaan. Ik gaf mezelf maar ongeveer 20% kans. De finishlijn halen was heilig voor me. Er was geen weg terug.

Ik heb gezeild als een stierenvechter: voor zware stormen stapte ik graag even opzij

Pieter Heerema

Hoe was het om te zeilen met zo’n grote snelle foiler?

Die foils zijn als een enorme turbo. Ze zijn een complicerende factor, en je loopt meer risico om drijvende objecten te raken, maar in de juiste omstandigheden is foilen fantastisch. Bij twaalf, twaalf-en-een-halve knoop beginnen ze te werken: eerst zit-ie er een beetje tegenaan, dan geef je een beetje bakstag erbij, een beetje achterlijk erbij, de fok een beetje losser, een beetje oploeven… En dan opeens, op een golf, dan gaat-ie over die drempel van 12,5, en voel je ‘m liften. De boeg komt omhoog, zeker een meter of anderhalf, en dan versnelt-ie in één keer door naar 20, 22 knopen. Dat is wel heel gaaf, dat gevoel als die turbo erop gaat. Zeker in het diepe zuiden, over die gigantisch mooie lange golven. Als je dan de neus over zo’n golftop steekt, met daarachter dat enórme gat, terwijl je versnelt naar meer dan 25 knopen, dan denk je echt: holy fuck hoe gaat dit aflopen? Dat is waan-zinnig!

Hoeveel procent van het potentieel van uw boot heeft u eruit kunnen halen?

Alles bij elkaar zo’n 60, 65% denk ik. Ik heb sowieso heel bewust andere zeilen gekozen dan bijvoorbeeld Alex Thomson, omdat ik fysiek minder sterk ben. Zijn genaker weegt 120 kilo. Die moet je dus aan dek zien te krijgen, en dan hijsen. En als de wind toeneemt, moet hij er ook weer af. Mijn zeilgarderobe bestond uit kleinere zeilen die ik tegelijk kon voeren. Ik had vaak drie zeilen op: een grootzeil, een kleine fok en een kleine genaker, zodat ik heel weinig naar het voordek hoefde. Dat is comfortabel, maar daarmee geef je wel zo’n 10% snelheid weg. Stackenheb ik ook niet gedaan, ook dat kost weer een paar procent. En als er een echt zware depressie aan kwam, deed ik liever een stapje opzij. Ik voelde me op een gegeven moment meer een stierenvechter – de zwaarste aanvallen ontwijken. Nee, deze boot heeft veel meer in zijn mars. Alleen kon ik het er niet uit halen.

Het is onwerkelijk. Was ík dat, die daar rond de wereld is gezeild?

Pieter Heerema